Kwaliteitsbeeld Pleyade 2024

Selecteer een artikel


Tussen de terugblik op het afgelopen jaar en de vooruitblik op de komende tijd, staan we stil bij hoe Pleyade er op dit moment voor staat. Samen met een afvaardiging van de centrale cliëntenraad, de ondernemingsraad, de professionele adviesraad, het management en het bestuur, is aan de hand van de bouwstenen van het Generiek kompas ‘Samen werken aan kwaliteit van bestaan’ gereflecteerd. Dit deel van het kwaliteitsbeeld beschrijft per bouwsteen waar Pleyade sterk in is, wat beter kan, waar kansen liggen en welke bedreigingen er zijn.

2.1 Bouwsteen 1: Het kennen van wensen en behoeften

2.1.1 Ophalen van wensen en behoeften

Het ervaringengesprek is een belangrijk instrument om de wensen en behoeften van bewoners in beeld te brengen. Deze gespreksvorm is inmiddels goed ingeburgerd in de organisatie; op alle locaties worden sinds enkele jaren ervaringengesprekken gevoerd. Zoals in de terugblik reeds aangegeven, ging het in 2024 om ruim 1000 gesprekken. Dit is een solide basis om op verder te bouwen. Het sluit goed aan bij het open gesprek, dat in het Generiek kompas wordt benoemd. Op een aantal punten zien we kansen om nog beter gebruik te maken van het ervaringengesprek. Ten eerste betreft dit de medewerker die het gesprek voert. Bij de introductie van het ervaringengesprek was het de bedoeling dat meer medewerkers het gesprek konden voeren, niet enkel de EVV. De gedachte is om de bewoner te laten bepalen wie de gesprekspartner is, waarbij de onderlinge band belangrijker is dan de functie. Op enkele locaties is deze opzet geslaagd en zitten veel verschillende medewerkers aan tafel voor een ervaringengesprek. Echter, op de meeste locaties zien we vooral EVV’ers het gesprek voeren. Een tweede kans om het gesprek door te ontwikkelen, is om het een meer cyclisch proces te laten zijn. Bij de meeste bewoners wordt nog uit gewoonte tweemaal per jaar een gesprek gepland. Uiteraard worden ook tussendoor regelmatig gesprekken gevoerd over de wensen en behoeften van bewoners, maar deze worden niet als zodanig getypeerd. Een derde mogelijkheid om meer uit de gesprekken te halen, is door gerichter na te gaan wat de bewoner zelf kan of weer kan leren, wat het netwerk van de bewoner kan betekenen en of gebruik gemaakt kan worden van technologie. Dit is gedurende de hele periode dat een oudere ondersteuning van Pleyade maakt relevant, maar in het bijzonder bij het kennismaken met een nieuwe bewoner.

We kunnen deze drie kansen niet benutten zonder kritisch naar de randvoorwaarden te kijken en onszelf af te vragen of de medewerkers voldoende gefaciliteerd worden om een open gesprek optimaal te houden met bewoners over hun wensen en behoeften. De doorontwikkeling van het ervaringengesprek tot een cyclisch open gesprek verdient de komende tijd onze aandacht.

2.1.2 Ondersteuningsplan

Zoals hierboven vermeld, ligt er een kans om gerichter na te gaan wat een bewoner zelf kan (leren), wat het netwerk kan betekenen en wat met technologie kan. In de huidige ondersteuningsplannen, bij Pleyade zorgleefplannen genoemd, is hier nog weinig over terug te vinden. De huidige plannen bevatten vooral veel vaste afspraken, bijvoorbeeld over de lichamelijke verzorging en het verstrekken van medicatie, en relatief statische doelen. Korte termijn doelen om een bewoner een bepaalde vaardigheid weer aan te leren of om uit te zoeken welke technologie ingezet kan worden om de zelfstandigheid van een bewoner te stimuleren, vinden nog weinig hun weg naar het plan. Er ligt een kans om de zorgleefplannen om te vormen tot ondersteuningsplannen, waarmee doelgericht wordt aan de zelfstandigheid van de bewoner en ruimte is voor het vastleggen van de bijdrage die het netwerk van de bewoner en technologie daaraan leveren.

 

2.1.3 Inzet van bewezen technologieën

Technologie kan helpen om een bewoner minder afhankelijk te maken van anderen. In de ouderenzorg hebben diverse technologieën zich inmiddels ruimschoots bewezen. De focus van Pleyade lag tot nu toe echter vooral op het ontwerpen van innovaties en veel minder op toepassen van bewezen technologieën Wel maken enkele cliënten in de buurt inmiddels gebruik van een automatische medicijndispenser en is slim incontinentiemateriaal op een woonlocatie geïntroduceerd. Er ligt een kans – en noodzaak – om de komende tijd te versnellen. Technologie is dan ook een van de vier strategische thema’s voor de komende jaren. Meer hierover is te lezen in de vooruitblik.

2.1.4 Wat kan de bewoner zelf?

Van oudsher is de samenleving erop gericht op goed voor de ouderen te zorgen. Dat is jarenlang naar volle tevredenheid gegaan. Maar dit houdt ook in dat we onbedoeld vele handelingen als ‘zorg’ gaan betitelen. Dit heeft zijn weerslag op de verwachtingen van de bewoners en hun mantelzorgers, maar ook op het handelen van de zorgmedewerkers. Een treffend voorbeeld gaat over een bewoner die thuis nog altijd zelf de medicatie innam. De medicatie werd naast haar stoel bewaard. Na de verhuizing naar een woonlocatie van Pleyade is bepaald dat de medicatie in een kast bewaard moet worden. Doordat de bewoner niet mobiel genoeg is om de medicatie uit de kast te halen, wordt de medicatie nu aangereikt door een zorgmedewerker. We staan nog niet automatisch stil bij de vraag wat de bewoner zelf kan of zelf weer kan leren. Op dit vlak is nog winst te behalen. Dit komt terug in het strategische thema zelfstandig leven (zie vooruitblik).

2.2 Bouwsteen 2: Het bouwen van netwerken

2.2.1 Netwerken rondom de bewoner

Het netwerk rondom een bewoner wordt al ingezet, maar kunnen we nog beter benutten dan we op dit moment doen. Vaak zijn we nog terughoudend in het inschakelen van naasten van een bewoner, om hen te beschermen tegen overbelasting of omdat de inschatting wordt gemaakt dat zij geen bijdrage willen leveren. Echter, naasten willen over het algemeen juist wél een bijdrage leveren, maar weten onvoldoende wat de mogelijkheden zijn. Om het netwerk beter te kunnen inzetten, is het noodzakelijk om het beeld dat naasten hebben te veranderen. Het beeld dat bij hen leeft, is dat de bewoner naar een woonlocatie gaat en dat de zorg dan volledig wordt overgenomen. Bewoners en hun naasten zien een woonlocatie soms als een ‘all inclusive resort’. Pleyade kan hierbij de verwachtingen aan het begin van een zorgtraject anders managen. Dit zit bijvoorbeeld in de termen die we nu gebruiken, zoals inhuizing. Dit kan de verwachting scheppen dat alles wordt overgenomen. Als we hiervoor bijvoorbeeld ‘komen wonen’ gebruiken, schept dit de verwachting van een gedeelde verantwoordelijkheid. Verder kunnen we gesprekken niet alleen met een eerste contactpersoon voeren. Door meerdere personen uit het netwerk aan tafel te hebben, brengen we het netwerk rondom een bewoner beter in kaart. We kunnen het gesprek met hen allemaal aangaan en iedereen de kans geven om iets bij te dragen aan de zorg en ondersteuning. Hier ligt ook nog een mogelijkheid om mantelzorgers te scholen en hen daarmee te ondersteunen in de zorg die zij aan hun naaste kunnen leveren.

2.2.2 Professionele netwerken

Pleyade maakt al deel uit van verschillende professionele netwerken. Een voorbeeld betreft de medische vakgroep, die een samenwerkingsverband aangegaan is met artsen van andere zorgorganisaties in de regio. De fysio- en ergotherapeuten kijken steeds vaker naar eerstelijnspraktijken in de regio waarmee zij kunnen samenwerken. Pleyade is sinds dit jaar aangesloten bij de Technologie en Zorg Academie Achterhoek, zoals te lezen in de terugblik. Ook op bestuurlijk niveau is Pleyade in toenemende mate actief in verschillende netwerken in de zorgsector.

Echter, binnen de muren van de organisatie zelf liggen nog voldoende verbetermogelijkheden. Als medewerkers van Pleyade zijn we niet altijd in staat om het goede gesprek met elkaar te voeren. Dit geldt voor zorgmedewerkers op de locaties onder elkaar, tussen de locaties maar ook voor de ondersteunende diensten met elkaar en met de zorgmedewerkers. Het lijkt alsof de sociale kaart binnen de organisatie versnipperd is. Er bestaat geen compleet beeld van waar alle locaties en ondersteunende diensten mee bezig zijn en waar hun lijntjes liggen. Daardoor wordt het wiel vaker uitgevonden dan nodig is. Deze uitdaging gaan we de komende periode aan, door te werken aan het strategische thema ‘Samenwerken met elkaar en in de regio’, waarover meer te lezen is in de vooruitblik.

2.2.3 Netwerken in de buurt

Hoe samen wordt gewerkt in de buurt, verschilt sterk per locatie. Dit komt vooral door de ligging van de locaties. Op enkele locaties heerst een sterkere dorpssfeer, waardoor contacten met buurtinitiatieven makkelijker gemaakt zijn en de buurt op dit moment ook al een substantiële bijdrage levert. Op andere locaties liggen nog voldoende mogelijkheden om meer gebruik te maken van de verschillende partijen in de buurt.

Een voorbeeld is om de vergaderruimtes te laten gebruiken door verenigingen in ruil voor het helpen bij activiteiten die worden georganiseerd voor de bewoners. Ook het concept ‘Maatjes in de buurt’ wordt opgezet in een aantal wijken door de gemeente Arnhem. Er liggen zeker kansen om dit concept te gaan inzetten. Hoewel er al waardevolle initiatieven zijn, kunnen we deze verder uitbouwen. Meer hierover is te lezen in het strategische thema ‘Samen in de buurt’ in de vooruitblik.

2.3 Bouwsteen 3: Het werk organiseren

2.3.1 Passende deskundigheidsmix

Het aantal ouderen in Nederland groeit. Het aantal mensen dat voor ouderen zorgt als betaald werk waarvoor ze zijn opgeleid, de ‘zorgprofessionals,’, groeit niet in hetzelfde tempo mee. Het wordt steeds moeilijker om geschikt personeel te vinden. De personeelsmix die we eerder nastreefden, met bijvoorbeeld een bepaald aantal medewerkers van niveau 3 en niveau 2, is niet altijd meer haalbaar. Dit maakt het noodzakelijk om creatief te denken en bijvoorbeeld maatwerk te bieden in de opleidingen en trainingen van medewerkers. Er liggen kansen om ook andere doelgroepen medewerkers aan te trekken. In plaats van gestandaardiseerde opleidingstrajecten aan te bieden kijken we naar de specifieke behoeften van een medewerker en de zorgvraag op de locatie zodat iemand met een andere achtergrond toch aan het werk kan. Een mooi voorbeeld hiervan is dat op een van de woonlocaties een medewerker met de opleiding social work door gerichte scholing en specifieke modules nu ook breder ingezet kan worden. Deze benadering draagt bij aan de persoonlijke ontwikkeling van medewerkers, maar draagt er ook aan bij om goed in te kunnen spelen op de zorgvraag en de behoeften van de bewoners.

 

Daarnaast wordt gezien dat in de loop van de jaren een grotere verscheidenheid aan functies is ontstaan. Zo zijn er bijvoorbeeld zorggezellen, teamgezellen, woonassistenten en zorgassistenten. In de praktijk liggen de taken die zij uitvoeren soms dicht bij elkaar. Er ligt een kans om deze taakverdeling flexibeler in te richten door niet uit te gaan van opleidingsniveaus, maar door de kwaliteiten van medewerkers centraal te stellen. Dit biedt de mogelijkheid om medewerkers breder in te zetten en meer samenwerking tussen verschillende functies te stimuleren, wat zowel het werkplezier als de kwaliteit van zorg ten goede kan komen. We willen maximaal inzetten op ‘bekwaam is bevoegd’, waarbij het denken in bekwaamheden als uitgangspunt wordt genomen.

Er moet ook nagedacht worden over hoe mantelzorgers en andere ongeschoolde vrijwilligers hierin meegenomen worden. Een vraag die bijvoorbeeld leeft is: mag een medewerker die al jaren thuis insuline spuit bij haar man, maar hier geen diploma’s voor heeft, ook insuline spuiten bij bewoners op haar werk? Wanneer meer taken belegd worden bij het netwerk van een bewoner, vraagt ook dit om een andere blik op opleiden maar ook op een ander blik op kwaliteit. Hoe borgen we dit wanneer ongeschoolde mensen meer taken uitvoeren? Wij gaan de komende periode actief aan de slag met deze uitdaging.

Betrokken medewerker
7

2.3.2 Betrokken medewerker

In de huidige arbeidsmarkt is het belangrijk om medewerkers te behouden. Omdat nieuwe medewerkers moeilijk te vinden is en er voor medewerkers volop kansen liggen om elders aan het werk te gaan is het belangrijk dat Pleyade hier op blijft inzetten. Werkplezier is hierin een belangrijke factor. Er worden kansen gezien om het werkplezier van medewerkers te vergroten. Bijvoorbeeld door flexibeler om te gaan met ongeschreven regels en werktijden. Om dingen niet te doen omdat ‘we het altijd zo doen’, kritisch te blijven kijken naar de wensen en behoeften van de bewoners en hoe dit kan aansluiten op de wensen en mogelijkheden van het team. Bijvoorbeeld wanneer op een locatie de ochtenddienst standaard om 7 uur begint. Op veel locaties doen we dit, maar zou het ook mogelijk zijn een persoon om 7 uur te laten starten en een tweede persoon om 8 uur als bewoners op die locatie graag later uit bed geholpen worden? Er moet kritisch gekeken worden naar wat bijdraagt aan de kwaliteit van bestaan van de bewoner en hoe dit samengebracht kan worden met de wensen van de medewerkers.

Wat bovendien als positief wordt ervaren, is dat sinds de nieuwe bestuurders bij Pleyade gestart zijn, door medewerkers meer zichtbaarheid en benaderbaarheid wordt ervaren. Een voorbeeld hierbij zijn de campingsessies die in het najaar van 2024 gehouden zijn en meerdere meeloopmomenten door de bestuurders, op uitnodiging van medewerkers. Lees meer hierover in dit artikel over de nieuwe bestuurders.

2.3.3 Zeggenschap

Ook zeggenschap over de eigen rol en werkzaamheden speelt een belangrijke rol in het werkplezier van medewerkers. Als medewerkers het gevoel hebben dat ze invloed hebben wijze waarop ze invulling geven aan hun professie en hun kennis en ervaring wordt benut, versterkt dit hun motivatie en betrokkenheid. Er ligt een kans om deze betrokkenheid verder te stimuleren. Zoals in de terugblik al beschreven, is dit iets waar Pleyade op inzet, bijvoorbeeld door het zelfroosteren. Zeggenschap is ook een van de randvoorwaarden voor de nieuwe strategische koers.

Zeggenschap is niet alleen belangrijk voor medewerkers. Ook bewoners stimuleren we om zelf uitvoering te geven aan zeggenschap. Door het creëren van een dialoog, een open gesprek, wil Pleyade een omgeving creëren waarin ouderen de regie over hun eigen leven kunnen behouden. Het blijft soms lastig om de stem van bewoners en cliënten goed te vertegenwoordigen. De centrale cliëntenraad evalueert momenteel de wijze waarop zeggenschap is georganiseerd.

 

2.3.4 Arbeidsbesparende technologie

Tot slot zijn er als we kijken naar de bouwsteen ‘het werk organiseren’ kansen om technologieën in te zetten die arbeidsbesparend kunnen werken, zoals beeldzorg en spraakgestuurd rapporteren. De inzet van technologie biedt kansen om de zorg efficiënter en minder belastend te maken voor medewerkers. Door bijvoorbeeld met technologieën de administratieve taken te verminderen, kunnen medewerkers meer tijd besteden aan de daadwerkelijke zorgverlening. Maar de grootste winst wordt gezien in het verminderen van taken die nu wel uitgevoerd worden, maar wellicht niet altijd waarde toevoegen. Denk bijvoorbeeld aan het monitoren van sensoren die aan staan, maar waarvan de resultaten misschien nauwelijks gebruikt worden. Ook moet de vraag gesteld worden wat er gerapporteerd wordt en met welk doel. Het afvragen of sommige taken echt nodig zijn, kan leiden tot een efficiënter werken en meer ruimte voor de zaken die er echt toe doen.

2.4 Bouwsteen 4: Leren en ontwikkelen

2.4.1 Tijd en ruimte om te leren

Pleyade biedt legio mogelijkheden om te leren en ontwikkelen, maar er zijn nog diverse kansen voor verbetering. Het leerproces bij Pleyade wordt voor een groot deel vormgegeven op locatieniveau, waarbij bijvoorbeeld scholingsmiddagen worden georganiseerd. Het leren van en met elkaar gebeurt daardoor voornamelijk binnen de teams en er is minder kennisuitwisseling tussen verschillende locaties of gebieden. Hoewel er in het verleden initiatieven zijn geweest om dit te bevorderen, is er nu een duidelijke kans om dergelijke uitwisselingen structureel in te regelen. Dit zou positieve energie kunnen opleveren, aangezien medewerkers hebben aangegeven dat zij dit als waardevol ervaren.

Een ander aandachtspunt bij leren en ontwikkelen is het bieden van voldoende tijd en ruimte. Medewerkers ervaren soms obstakels wanneer ze tijd willen besteden aan opleidingen of e-learnings. De beperkte tijd die beschikbaar is, leidt er vaak toe dat meerdere e-learnings in één keer gevolgd worden. Bovendien merken medewerkers dat ze, zelfs als ze de tijd kunnen vrijmaken, soms niet de mentale ruimte hebben om zich effectief op het leerproces te concentreren. Meer fysieke bijeenkomsten kunnen helpen om het leren en ontwikkelen te verbeteren. Fysieke sessies blijken vaak beter aan te sluiten bij de voorkeuren van de medewerkers, omdat ze als meer “echt” en interactief worden ervaren. Dit zorgt ervoor dat het geleerde beter blijft hangen en het biedt medewerkers de mogelijkheid om in samen te leren.

2.4.2 Monitoren van kwaliteit

De afgelopen jaren heeft Pleyade de kwaliteitsinstrumenten vernieuwd, waardoor er een solide basis staat. Voorbeelden zijn het ervaringengesprek, de kwaliteitsgesprekken en het kernteam kwaliteit. Met deze en andere instrumenten houden we zicht op de kwaliteit. Of deze instrumenten ook passen bij de nieuwe strategische koers, is echter de vraag. De nieuwe koers voor de komende jaren vraagt om een herijking. Voor Pleyade betekent de herijking van de visie op kwaliteit dat we onze maatschappelijke opgave centraal moeten stellen en daarmee de definitie en invulling van ‘kwaliteit’ heroverwegen en met elkaar vormgeven. Voor ons wordt de kwaliteit van geboden zorg en ondersteuning in grote mate bepaald door hoe de oudere en naasten deze zorg en ondersteuning ervaren. We willen daarom minder sturen op cijfers en nog meer het goede gesprek aangaan met ouderen en collega’s over kwaliteit.

2.4.3 Omgaan met incidenten

De focus op gebied van kwaliteit ligt vaak op wat niet goed gaat en wat leidt tot incidenten. Deze incidenten worden gemeld en onderzocht, maar we staan minder stil bij de dingen die wél goed gaan. Door successen te delen en te vieren, kan meer evenwicht ontstaan in de benadering van kwaliteit: er kan dan namelijk ook geleerd worden van de succesfactoren, in plaats van alleen van de oorzaken van incidenten.

Daarnaast ligt er nog eens kans voor Pleyade als het gaat om hoe naar incidenten gekeken wordt. Op dit moment is er nog geen volledige acceptatie van het idee dat fouten maken ook kansen biedt voor groei. Zorgmedewerkers ervaren een incidentmelding soms als een afstraffing, terwijl dit juist als een leer- en verbetermoment zou moeten worden gezien.

Een aandachtspunt dat in het verlengde van het voorgaande ligt, is de balans tussen veiligheid en risico’s. Het denken in termen van risico’s wordt gezien als een belangrijke drijfveer voor de vele registraties die op dagelijkse basis door de medewerkers gedaan worden. Het streven is om een cultuur te creëren waarin risico’s niet alleen als iets negatiefs worden gezien, maar ook als een kans om te leren en de veiligheid proactief te verbeteren.